Als er tanden of kiezen ontbreken, kunnen we deze aanvullen met een (gedeeltelijk) kunstgebit, ofwel (partiële) prothese. Soms laten we een aantal eigen wortels in de kaak zitten onder een prothese voor behoud van bot. Dit heet een overkappingsprothese.
Indien een volledige prothese niet naar behoren functioneert, is een kunstgebit op implantaten soms een goede oplossing. Er worden schroefjes in de kaak aangebracht, waar de prothese op vast klikt. Of dat mogelijk is hangt van meerdere factoren af, zoals hoeveelheid bot, locatie in de kaak en de gezondheid van het tandvlees.

Ook als u een volledige prothese heeft is het zeer verstandig in elk geval 1 keer per jaar voor periodieke controle te komen. Bij de controle wordt bekeken of de prothese nog goed zit en er wordt gekeken naar de gezondheid van de slijmvliezen.

Wennen aan een nieuwe prothese vraagt tijd. Bij de één gaat dat sneller dan bij de ander. Er kan sprake zijn van een drukplek. Uw tandarts zal de druk op deze punten verminderen door de prothese aan te passen.  Het is belangrijk om hiermee naar de tandarts te gaan. Het gaat niet vanzelf over. Ook kunt u in het begin wat onwennig praten en zal het eten lastiger gaan. Dit went meestal na verloop van tijd. Als u de prothese een tijd heeft gaat deze vaak wat losser zitten. Het is dan mogelijk een nieuw laagje in de prothese te laten maken, te rebasen. Hiervoor wordt door de tandarts een afdruk gemaakt en door de tandtechnicus de rebasing gedaan. Dit neemt 1 werkdag in beslag.

Net als eigen tanden en kiezen, moet uw kunstgebit ook gereinigd worden. Als u dit niet regelmatig doet, dan blijven voedselresten en plaque achter. Maak daarom uw kunstgebit schoon met een borstel en zeep. Bij de drogist vindt u speciale borstels en eventueel reinigingsmiddelen voor kunstgebitten. Tandpasta schuurt teveel en kan krassen veroorzaken. De prothese wordt dan poreus waardoor er sneller aanslag op kan komen. Ook is het goed het tandvlees, tong en gehemelte dagelijks met een borstel en tandpasta te masseren.